Elektrische Vlamboog

Symbol IEC 61482-2

EN 61482-2:2020 / IEC 61482-2:2018 
Veiligheidskleding tegen het thermische gevaar van een Elektrische Vlamboog

Deze norm specificeert PBM-kleding die beschermt tegen het risico van een elektrische vlamboog - bijvoorbeeld bij het werken aan spanning voerende delen of bij onderhouds-/ schakelwerkzaamheden. Kleding voor elektrische vlambogen valt onder PBM-verordening categorie III. De doekeigenschappen en het kledingontwerp zijn belangrijke parameters in het certificeringsproces van kleding met elektrische vlamboogbescherming.

Symbol EN 61482-2

EN 61482-2:2020
ELIM: 8,1 cal/cm²
EBT: 8,7 cal/cm²
APC 1

Symbol IEC 61482-2

IEC 61482-2:2018
ELIM: 8,1 cal/cm²
EBT: 8,7 cal/cm²
APC 1

Symbol IEC 61482-2:2009

IEC 61482-2:2009
ARC RATING
8,7 cal/cm²
Class 1

Tijdens deze overgangsperiode kan de Tranemo Kleding drie verschillende soorten markeringen hebben.





Bij het werken met elektriciteit bestaat het risico gewond te raken door een elektrische vlamboog. Door beschermende kleding te dragen die is getest en gecertificeerd om de energie van een mogelijke elektrische vlamboog te weerstaan, bescherm je jezelf tegen dat risico. Het is erg belangrijk om beschermende kleding over het hele lichaam te dragen om volledige bescherming te bereiken. Om Electric Arc-kledingstukken te certificeren volgens EN 61482-2/ IEC 61482-2, moet de beschermende kleding worden getest volgens ten minste één van de twee verschillende testmethoden: Open Arc IEC 61482-1-1 en/of Box test EN 61482-1-2.

Open Arc – IEC 61482-1-1

De testmethode Open Arc maakt gebruik van een open vlamboog, in een middenspanningsbereik (> 1.000V), die met beschermende kleding naar een stofstaal of een dummy wordt geschoten. Elektroden achter het doek en beschermende kleding registreren de warmteoverdracht door het doek/kledingstukken, om te kunnen bepalen of een persoon tweedegraads verbranding oploopt.


In de eerste stap wordt het doek blootgesteld aan verschillende energieniveaus om een goedgekeurde Arc Rating te verkrijgen. De herziene testmethode wordt nu strikter gecontroleerd en gereguleerd dan voorheen, wat ertoe kan leiden dat eerder verkregen resultaten kunnen afwijken van nieuwe testen. De bescherming in de kleding is echter nog steeds hetzelfde als voorheen, ondanks het feit dat de Arc Rating soms een lagere waarde heeft na her testen. In stap twee wordt de beschermende kleding getest met het energieniveau waartoe de doektest heeft geleid. Een nieuwe eis die aan de norm is toegevoegd, is dat het geteste kledingstuk een nabrandtijd van niet meer dan 5 seconden mag hebben om te worden goedgekeurd.


In stap twee wordt de beschermende kleding beschoten met het energieniveau van het resultaat van de doektest. Alle tests resulteren in twee verschillende vlamboogclassificaties op basis van de schietresultaten en de Stoll-curve, die wordt gebruikt om de kans te berekenen dat een persoon een brandwond oploopt. Hoe hoger de waarde, hoe beter de bescherming.


Het eerste resultaat, ELIM (Incident Energy Limit, cal/cm²), laat de gebruiker weten hoeveel energie de beschermende kleding weerstaat, zonder enig risico op tweedegraads verbranding.


Het tweede resultaat is ofwel ATPV(Arc Thermal Performance Value, cal/cm²) of EBT (Energy Break Open Threshold, cal/cm²) en laat de gebruiker zien hoeveel energie de beschermende kleding weerstaat als er een kans van 50% is op een tweedegraads verbranding. ATPV geeft het energieniveau aan dat nodig is om de temperatuur achter het doek zoveel te laten stijgen, waardoor tweedegraads verbrandingen optreden, terwijl EBT het energieniveau aangeeft waarbij het doek open breekt en kan leiden tot een tweedegraads brandwond. Naast ELIM wordt altijd alleen het laagste resultaat gebruikt als Arc Rating; ATPV of EBT.



ELIM illustrationATPV illustrationHet energieniveau wanneer de hitte van de elektrische vlamboog zo hoog is, dat dit kan leiden tot een brandwond door het doek.EBT IllustrationHet energieniveau waarbij het doek openbreekt met als gevolg dat er brandwonden onststaan.
ELIM - De elektrische vlamboogenergie waartegen de persoonlijke beschermingsmiddelen beschermen en waarbij er
0% kans is op een tweedegraads verbranding.
ATPV - De elektrische vlamboogenergie waartegen de PBM beschermt,
waarbij de kans op tweedegraads verbranding 50% is.
EBT - De elektrische vlamboogenergie waartegen de PBM beschermt,
waarbij in 50% van de gevallen het doek open breekt en kan leiden tot tweedegraads verbranding.



Aangezien ELIM de energiewaarde aangeeft waarbij de kans tweedegraads verbranding 0% is, en de ATPV/ EBT een rekengemiddelde met een kans van 50% op tweedegraads verbranding, is de ELIM-waarde gebruikelijk lager dan de ATPV/ EBT. Het soms grote verschil tussen ELIM en ATPV/ EBT benadrukt het belang van het dragen van meerdere kledinglagen in een Tranemo Skinsafe™-systeem voor een goede bescherming.

Box test EN 61482-1-2

De testmethode Box-test maakt gebruik van een gerichte vlamboog, die ontstaat door een kortsluiting in een open kast in een laagspanningsbereik (400V). De test wordt op dezelfde manier uitgevoerd - op doek en beschermende kleding als bij de Open Arc-test. Het resultaat is verdeeld in twee klassen: APC 1 (voorheen Klasse 1) – 168kJ (4kA, 400V), APC 2 (voorheen Klasse 2) – 320kJ (7kA, 400V)


In tegenstelling tot de Amerikaanse norm is er geen resultaatschaal in de kledingtesten, maar slechts twee niveaus waarop het kledingstuk wel of niet is goedgekeurd. Een kledingstuk met één laag vlamvertragend doek passeert meestal APC 1, zelfs dun overhemddoek. Om APC 2 te halen, is meestal een systeem met twee of drie doeklagen of een gevoerd kledingstuk vereist. Dit maakt het moeilijker om de bescherming aan te passen aan het risico, zonder aan comfort in te boeten. Aangezien APC 1 een relatief laag beschermingsniveau is, adviseert Tranemo altijd een basisbescherming van minimaal 8 cal/cm².

RISICO INVENTARISATIE ELEKTRISCHE VLAMBOOG

Documenten zoals NFPA 70E, ISSA-richtlijnen en DGUV-I 203-077 helpen om gevaren vanuit een praktisch perspectief te beoordelen. De gevaren van een elektrische vlamboog omvatten thermische effecten, geluid, drukgolfeffect, metaalscherven en rondvliegende materialen, gesmolten metaal, optische en andere effecten en het is belangrijk dat bij de risicobeoordeling rekening wordt gehouden met alle mogelijke gevaren. Om voldoende bescherming te krijgen, is het belangrijk dat het hele lichaam wordt beschermd met extra vlamboog genormeerde PBM’s, bijv. helm met beschermend gelaatsscherm, gehoorbescherming, handschoenen en veiligheidsschoenen samen met Tranemo beschermende kleding. There are two accepted Electric Arc risk assessment standards used in Europe; the American NFPA 70E en the German DGUV-I 203-077.

Amerikaanse norm voor elektrische veiligheid op de werkplek - NFPA 70E

De Amerikaanse norm voor elektrische veiligheid op de werkplek is een consensusnorm over hoe werknemers kunnen worden beschermd tegen de gevaren van een elektrische vlamboog. De norm is opgesteld om werkgevers en werknemers te helpen elektrische gevaren te begrijpen, en helpt bij: risicobeoordeling, selectie van PBM-classificatie en elektrische veilige werkmethoden. Bij het kiezen van werkkleding en andere PBM ‘s als bescherming tegen elektrische vlamboogrisico’s, noemt NFPA 70E twee methoden; Incident energieanalyse of Arc Flash PPE Category-methode.Welke te gebruiken, hangt af van het feit of de invallende energie waaraan de werknemer kan worden blootgesteld, is berekend of niet.

Incident energieanalyse in cal/ cm² - NFPA 70E: 2018130,5 volgens IEEE1584: 2018

De sterkte van de bescherming moet groter zijn dan de kracht van het risico, wat betekent dat de gecertificeerde bescherming in cal/cm² groter moet zijn dan de Incident energie Analyse in cal/cm². De onderstaande tabel laat zien welke persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden gedragen wanneer:


Het risico van een Elektrische Vlamboog 1,2-12 cal/cm² is

  

  • Vlamboog gecertificeerd(e) jack/broek/overall met lange mouwen/pijpen
  • Vlamboog gecertificeerd(e) helm/gelaatsscherm met balaclava of vlamboog hoofdbescherming met geïntegreerd vizier
  • Vlamboog gecertificeerd(e) handschoenen, dikke leren handschoenen of isolerende handschoenen gecombineerd met handschoenen van leer
  • Veiligheidsbril achter het gelaatsscherm
  • Gehoorbescherming
  • Aangevuld met lederen veiligheidsschoenen

Het risico van een Elektrische Vlamboog >12 cal/cm² is

  

  • Vlamboog gecertificeerd(e) jack/broek/overall met lange mouwen/pijpen
  • Vlamboog gecertificeerd(e) hoofdbescherming met geïntegreerd vizier moet het gehele gelaat bedekken (vlamboog helm/vizier met balaclava is volgens de NFPA 70E niet toegestaan)
  • Vlamboog gecertificeerd(e) handschoenen (dikke leren handschoenen of isolerende handschoenen gecombineerd met handschoenen van leer zijn volgens de NFPA 70E niet toegestaan)
  • Veiligheidsbril achter het gelaatsscherm
  • Gehoorbescherming
  • Aangevuld met lederen veiligheidsschoenen

Arc Flash PPE Cathegory method - NFPA 70E:2018 130.7

De Arc Flash PPE Category-method wordt alleen gebruikt als de Incident Energy Analysis niet wordt berekend. Bij de Arc Flash PPE Category-method vergelijkt u uw werkplek met een soortgelijke faciliteit als vermeld in NFPA 70E 130.7 waar een aanbeveling wordt gedaan welke PBM-categorie u moet kiezen. Deze methode is onzekerder en kan ertoe leiden dat de gebruiker onnodig dikke en zware kleding draagt, omdat er niet echt zoveel bescherming nodig is voor het uitgevoerde werk.


 

De vlamboogbescherming voor de beschermende kleding is onderverdeeld in vier PBM-categorieën:
Risk Assessment acc. to Arc Flash PPE Category method (cal/cm²)1,2-44-88-2525-40
Requirement of the PPE Arc Rating (cal/cm²)> 4> 8> 25> 40
Requirement of PPE categoryPPE 1 / CAT 1
(4-8 cal/cm²)
PPE 2 / CAT 2
(8-25 cal /cm²)
PPE 3 / CAT 3
(25-40 cal /cm²)
PPE 4 / CAT 4
(>40 cal/cm²)


De onderstaande tabel laat zien welke persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden gedragen:


Bij vlamboog risico - indien PPE 1 of 2 vereist is

  

  • Vlamboog gecertificeerd(e) jack/broek/overall met lange mouwen/pijpen
  • Vlamboog gecertificeerd(e) helm/gelaatsscherm met balaclava of vlamboog hoofdbescherming met geïntegreerd vizier
  • Vlamboog gecertificeerd(e) handschoenen, dikke leren handschoenen of isolerende handschoenen gecombineerd met handschoenen van leer
  • Veiligheidsbril achter het gelaatsscherm
  • Gehoorbescherming
  • Aangevuld met lederen veiligheidsschoenen

Bij vlamboog risico - indien PPE 3 of 4 vereist is

  

  • Vlamboog gecertificeerd(e) jack/broek/overall met lange mouwen/pijpen
  • Vlamboog gecertificeerd(e) hoofdbescherming met geïntegreerd vizier moet het gehele gelaat bedekken (vlamboog helm/vizier met balaclava is volgens de NFPA 70E niet toegestaan)
  • Vlamboog gecertificeerd(e) handschoenen (dikke leren handschoenen of isolerende handschoenen gecombineerd met handschoenen van leer zijn volgens de NFPA 70E niet toegestaan)
  • Veiligheidsbril achter het gelaatsscherm
  • Gehoorbescherming
  • Aangevuld met lederen veiligheidsschoenen

Duitse richtlijn voor risicobeoordeling volgens DGUV-I 203-077 en risicoberekeningen volgens BGI/ GUV-I 5188

De Duitse richtlijn is gebaseerd op risicobeoordeling volgens DGUV-I 203-077 en risicoberekeningen volgens BGI/ GUV-I 5188. Volgens de norm wordt de beschermende kleding getest volgens EN 61482-1-2 Box-test met een beperkte en gerichte vlamboog gecreëerd door een kortsluiting in een open kast (box). De test wordt uitgevoerd in een laagspanningsbereik (400V).

Tranemo Skinsafe™

Het dragen van meerdere lagen beschermende kleding tegen elektrische vlambogen verhoogt de bescherming aanzienlijk, door de vorming van luchtlagen tussen de kledingstukken; dit, aangezien de lucht een lage thermische geleidbaarheid heeft. Het is belangrijk om te begrijpen dat de totale beschermingswaarde van een meer lagen systeem niet kan worden berekend door energiewaarden van de individuele beschermingskleding op te tellen. Om de energiewaarde van een meer lagen systeem te bepalen, is een elektrische vlamboogtest vereist, die overeenkomt met de manier waarop de kleding in werkelijkheid zou worden gedragen met meerdere lagen kledingstukken op een oefenpop. We noemen onze geteste meer lagen systemen: Tranemo Skinsafe™; het biedt een grotere kans om de juiste beschermende kleding te kiezen op basis van de risicobeoordeling. Zoals opgemerkt in NFPA 70E, het Amerikaanse equivalent van de Europese norm voor elektrische vlambogen, en uit ervaring met Tranemo Skinsafe ™ -tests, zijn meerdere lagen beschermende kleding voor elektrische vlambogen een effectieve manier om de vereiste bescherming te bereiken bij het laagste systeemgewicht. Het gebruik van een systeem zorgt dus voor een hoger gebruikerscomfort en een grotere kans dat de beschermende kleding altijd wordt gedragen.

ASTM F1959

De Amerikaanse prestatienorm voor Electric Arc-weefsels heet ASTM F1506, waarbij de weefselspecificaties ook de Open Arc-test ASTM F1959 omvatten. Deze norm is vergelijkbaar met de Europese testmethode IEC 61482-1-1 voor doek en kleding. Het grootste verschil tussen de Amerikaanse vraag en de Europese vraag is de Char Length-test - waarbij een maximale Char-lengte wordt bepaald. De test wordt gedaan na 25 wasbeurten en om te slagen, mag de maximale verkolingslengte maximaal 152 mm zijn na 12 s blootstelling. Tranemo heeft de weefsels getest die zijn ontwikkeld voor elektriciens; Tera TX en Aramide 6.4FC. De test geeft een nuttige indicatie van de vlamvertragende eigenschappen van de weefsels bij een ongeval met een elektrische vlamboog.


Elektrisch isolerende kleding die beschermt tegen elektrische schokken, of kleding gedragen bij het gebruik van elektrische vlamboog processen (zoals booglassen en plasmasnijden) vallen NIET onder de Europese norm IEC 61482-2/ EN 61482-2.

Afbeelding